Wings of Prey Review
Of gamen nou goed voor je is of niet, daar zijn al tig epistels over geschreven. Beetje flauw dus om er nóg weer eentje te gaan neerpennen, maar toch kon ik het niet laten om eens bij nu volgende vraag stil te staan: hoeveel gamers zouden er eigenlijk rondlopen die hun baan te danken hebben aan het spelen van games? Waren de broertjes Schumacher vroeger verslaafd aan OutRun, hoeveel uur heeft Roger Federer als kind Pong zitten spelen, en kreeg Amelia Earhart het vliegvirus toen een vriendje haar ooit Flight Simulator liet spelen?
Nou zal dat laatste gezien het feit dat Earhart geboren is in 1897 (voor wie haar niet kent: dat is geen tikfout) niet erg waarschijnlijk zijn, en natuurlijk is niet iedereen zo beroemd geworden als de Schumachers en Federer, maar toch zou het best interessant kunnen zijn om eens te onderzoeken hoeveel werkenden hun baan goed kunnen doen dankzij of zelfs gewoon zijn gaan doen vanwege het gamen. Want zaken als motoriek, reactievermogen maar ook minder voor de hand liggende vaardigheden als concentratie- en doorzettingsvermogen komen bij tal van banen ontzettend goed van pas.
Nu doet de naam van dit artikel eerder vermoeden dat het hier gaat om een review van vliegspel Wings of Prey dan om een betoog over de voors en tegens van het gamen, maar ik vond het gezien mijn eigen beroep toch een interessante vraag om het artikel mee te beginnen. Alleen dan niet omdat ikzelf misschien ben gaan vliegen vanwege games die ik vroeger speelde (want dat is niet zo) maar omdat, zoals hoofdredacteur Jeroen het aan de telefoon zo mooi kon verwoorden, "we niemand hebben die überhaupt geïnteresseerd is in vliegspellen dus mag jij hem daarom maar doen"... en bedankt!
Goed dan, Wings of Prey dus. Hij komt eigenlijk uit de reeks van IL-2 Sturmovik games (plus een idioot grote berg expansions), maar voor de PC-versie is besloten die toevoeging te schrappen. De reden is dat WoP eigenlijk een nieuwe aftakking is van de IL-2 Sturmovik serie: het is de eerste die niet voor PC verscheen maar alleen voor de Xbox 360 en PlayStation 3. Nouja aanvankelijk dan, want intussen is er dus alsnóg een PC-versie uitgebracht. Vandaar deze review.
Na een verplicht introfilmpje is al direct duidelijk dat Wings of Prey sowieso al op één punt flink afwijkt van de IL-2-serie: de graphics. De (voor WOII-games tegenwoordig welhaast verplichte) beelden uit de Tweede Wereldoorlog zijn namelijk vermengd met in-game footage, en het is díe footage die laat zien dat we ons alvast flink kunnen gaan verheugen op wat er ons te wachten staat. Mocht ook wel een keer gebeuren trouwens, want ondanks dat IL-2 sinds haar release in 2001 nog regelmatig door patches wat 'bijgepoetst' is... uh ja, blijft het toch een game uit 2001.
Het landschap is dit keer echter niet plat maar golft mooi, en her en der zijn dorpen, weilanden en bossen te zien. Al gauw komen we ook in de buurt van een echte stad, namelijk Dover. Hoewel hier wat meer aandacht aan is besteed dan aan de kleinere bebouwingen (zo zijn de haven, de waterkering en natuurlijk de witte kustlijn goed herkenbaar) blijft het toch allemaal wel een beetje anoniem; functie boven vorm, zeg maar. Maar wat betreft de vliegtuigen is dat totaal anders: dáár is duidelijk alle tijd en aandacht aan besteed. Vooral verderop in de game, wanneer echt flink de pleuris uitbreekt, blijkt dat. Want hoewel het al schitterend is om je eigen toestel in third person view vanuit alle hoeken te bekijken, komt de game pas écht tot zijn recht wanneer er enkele tientallen vriendelijke en vijandige jachtvliegtuigen, bommenwerpers en ook een enkel land- of zeevoertuig sierlijk door je beeld komen zeilen. En dat natuurlijk het liefst vergezeld door eindeloze kogelregens, gefluit van versgedropte bommen en lange zwarte rookstrepen van neergehaalde krauts.
Maar ook van binnen, dus in de cockpit, is al heel wat te zien. De verschillende toestellen zijn namelijk superrealistisch nagebouwd, en elk klokje en elk knopje werkt echt. Komt nog eens bij dat alles uiteraard in 3D gemaakt is, wat dan weer een schitterend spel van lichteffecten geeft wanneer je sierlijk door het luchtruim glijdt. Of wat minder sierlijk, namelijk wanneer er wat gaten in je vleugels zijn geschoten; ook dán houdt de game vast aan het realisme, want dan krijg je te maken met bijvoorbeeld slecht zicht door je cockpitramen vanwege oliedruppels, roetvlekken en in het meest ongunstige geval ook een stuk of tachtig kogelgaten. En dat, net als een gapend gat in een vleugel (inclusief brandstoftank) of een aan flarden getrokken hoogteroer, mag er dan wel mooi uit zien in deze game, maar het maakt het vliegen wel een stúk lastiger kunnen we je vertellen.
Want zoals we al even gemeld hadden spelen we nu in de Realistic mode (die, anders dan in de console-versie, vanaf het begin al gespeeld kan worden), en daarin kan en zal er heel wat meer kapotgaan dan in Arcade. Elk kogelgat in vleugel of romp brengt het vliegtuig een beetje uit balans, dus na verloop van tijd (lees: na flink wat keren beschoten te zijn) kan het zomaar zijn dat je toestel continu één kant optrekt of, erger nog, helemaal niet meer in de lucht kan blijven. Interessant is ook dat de physics in de game sowieso al ongenadig realistisch zijn: bij te lage snelheden maar ook bij te plotselinge bewegingen raak je gemakkelijk in een overtreksituatie en val je simpelweg uit de lucht. Vooral dit laatste maakt de game met een toetsenbord onspeelbaar, en met een joystick op z'n minst uitdagend. Want om je kist onder controle houden is één, maar je kist onder controle houden terwijl je je in een hectisch luchtgevecht bevindt is twee. Voor een echte vlieggek met complete flightsim-controllerset (of in ieder geval een joystick met rudder-functie) voor z'n neus is dit natuurlijk geweldig, maar gelukkig is er ook aan de wat meer casual gamers gedacht. De Arcade mode is namelijk prima te doen met een standaard toetsenbord.
En luchtgevechten, die zijn er natuurlijk genoeg in Wings of Prey. Sowieso in de Campaign: deze begint vrij rustig (paar oorlogsschepen bombarderen hier, wat verkenningsvliegtuigen uit de lucht schieten daar... het gewone huis-, tuin- en keukenwerk zeg maar) maar na een paar missies al krijg je de grootse veldslagen (luchtslagen?) op je scherm gepresenteerd. En dat zijn er heel wat, want de game brengt ons naast de bekende plaatsen als Dover en Berlijn ook naar minder 'populaire' locaties als Korsun-Shevchenkivskyi. Het gave daarbij is dat er heel wat afwisseling in de missies zit, want waar je op het ene moment met een jachtvliegtuig een twintigtal zwaarbewapende bommenwerpers te lijf gaat, draaien de rollen zich op een later moment compleet om en neem je vanuit de geschutskoepel jager na jager te grazen met je boordkanon. Maar natuurlijk raak je in de game ook verzeild in genoeg dogfights, al dan niet bijgestaan door twee wingmen die via wat eenvoudige commando's een beetje gestuurd kunnen worden. Al met al weet de game aardig te variëren, en hoewel niet álle missies barsten van de spanning, wordt het tempo er toch goed ingehouden. En hoewel het verhaal niet bijster interessant is, is de ruime hoeveelheid aan achtergrondinformatie toch uitvoerig genoeg om nog wat aan de sfeer bij te dragen.
Natuurlijk heeft de game nog wel meer in petto naast een standaard campaign. Zo is er nog een flinke hoeveelheid losse missies beschikbaar in de Single Missions mode, en onder het mom van Training kunnen er eenvoudige missies worden samengesteld. In laatstgenoemde mode is alles instelbaar: onder andere het aantal en soort vijanden, de aanwezigheid van vriendelijk of vijandelijk grondafweergeschut, en de weerssituatie kunnen worden aangepast. Ook kan er met élk in de game aanwezig toestel gevlogen worden, wat er iets meer dan veertig blijken te zijn. Gecombineerd met het feit dat er ook nog eens tien maps zijn om uit te kiezen, is het aantal mogelijkheden in principe dan ook eindeloos, wat de replaywaarde aardig goed doet.
Wat op papier gezien óók wat replaywaarde zou moeten geven is de multiplayer mode. Maar als we het zo formuleren, dan kan je de bui al zien hangen: dat doet de mode namelijk niet. Het is jammer om dit te moeten mededelen, maar voornaamste punt is dat er gewoon bijna geen andere spelers online zijn, op welk tijdstip van de dag dan ook. Een korte blik in de Online Leaderboards laat ook zien dat zelfs de meest actieve spelers nog maar relatief weinig vlieguren hebben gemaakt. Aan de game zélf ligt het in ieder geval niet, want er zijn mogelijkheden genoeg - er zijn vier verschillende modes om uit te kiezen, en elke kan met maximaal 32 spelers worden gespeeld. Naast de 'standaard' Dogfights en Team Battles zijn ook Capture Airfields en Strike érg leuk om te doen. In Strike moeten er verschillende gronddoelen verdedigd dan wel aangevallen worden, waarmee het beetje op Search and Destroy in Call of Duty lijkt. Capture Airfields is nog het meest te vergelijken met Domination, waarbij het grootste verschil is dat er nu ergens geland moet worden om een gebied over te nemen. De crux is dan ook dat je op dat moment zéér kwetsbaar bent voor aanvallen van de tegenpartij, dus strak teamwork is een grote vereiste.
Wings of Prey is een toffe arcadevlieggame voor de wat casual gamers, en tegelijkertijd biedt het de doorgewinterde vliegers onder ons ook nog eens een flinke uitdaging. De game is onderhoudend, gevarieerd, en ziet er vergeleken met bijvoorbeeld FSX prachtig uit zonder idioot hoge systeemeisen te stellen. Enige jammere is dat er online maar weinig te beleven valt, en dat we het daardoor na het uitspelen van de singleplayer campaign vooral van de losse missies en een enkele trainingsmissies moeten hebben. Desondanks is de game een goede basis voor weer een hele reeks aan uitbreidingspakketten, net zoals voorganger IL-2 dat al was. Sterker nog, de eerste DLC is al gespot.
Nou zal dat laatste gezien het feit dat Earhart geboren is in 1897 (voor wie haar niet kent: dat is geen tikfout) niet erg waarschijnlijk zijn, en natuurlijk is niet iedereen zo beroemd geworden als de Schumachers en Federer, maar toch zou het best interessant kunnen zijn om eens te onderzoeken hoeveel werkenden hun baan goed kunnen doen dankzij of zelfs gewoon zijn gaan doen vanwege het gamen. Want zaken als motoriek, reactievermogen maar ook minder voor de hand liggende vaardigheden als concentratie- en doorzettingsvermogen komen bij tal van banen ontzettend goed van pas.
Nu doet de naam van dit artikel eerder vermoeden dat het hier gaat om een review van vliegspel Wings of Prey dan om een betoog over de voors en tegens van het gamen, maar ik vond het gezien mijn eigen beroep toch een interessante vraag om het artikel mee te beginnen. Alleen dan niet omdat ikzelf misschien ben gaan vliegen vanwege games die ik vroeger speelde (want dat is niet zo) maar omdat, zoals hoofdredacteur Jeroen het aan de telefoon zo mooi kon verwoorden, "we niemand hebben die überhaupt geïnteresseerd is in vliegspellen dus mag jij hem daarom maar doen"... en bedankt!
Goed dan, Wings of Prey dus. Hij komt eigenlijk uit de reeks van IL-2 Sturmovik games (plus een idioot grote berg expansions), maar voor de PC-versie is besloten die toevoeging te schrappen. De reden is dat WoP eigenlijk een nieuwe aftakking is van de IL-2 Sturmovik serie: het is de eerste die niet voor PC verscheen maar alleen voor de Xbox 360 en PlayStation 3. Nouja aanvankelijk dan, want intussen is er dus alsnóg een PC-versie uitgebracht. Vandaar deze review.
Na een verplicht introfilmpje is al direct duidelijk dat Wings of Prey sowieso al op één punt flink afwijkt van de IL-2-serie: de graphics. De (voor WOII-games tegenwoordig welhaast verplichte) beelden uit de Tweede Wereldoorlog zijn namelijk vermengd met in-game footage, en het is díe footage die laat zien dat we ons alvast flink kunnen gaan verheugen op wat er ons te wachten staat. Mocht ook wel een keer gebeuren trouwens, want ondanks dat IL-2 sinds haar release in 2001 nog regelmatig door patches wat 'bijgepoetst' is... uh ja, blijft het toch een game uit 2001.
Het landschap is dit keer echter niet plat maar golft mooi, en her en der zijn dorpen, weilanden en bossen te zien. Al gauw komen we ook in de buurt van een echte stad, namelijk Dover. Hoewel hier wat meer aandacht aan is besteed dan aan de kleinere bebouwingen (zo zijn de haven, de waterkering en natuurlijk de witte kustlijn goed herkenbaar) blijft het toch allemaal wel een beetje anoniem; functie boven vorm, zeg maar. Maar wat betreft de vliegtuigen is dat totaal anders: dáár is duidelijk alle tijd en aandacht aan besteed. Vooral verderop in de game, wanneer echt flink de pleuris uitbreekt, blijkt dat. Want hoewel het al schitterend is om je eigen toestel in third person view vanuit alle hoeken te bekijken, komt de game pas écht tot zijn recht wanneer er enkele tientallen vriendelijke en vijandige jachtvliegtuigen, bommenwerpers en ook een enkel land- of zeevoertuig sierlijk door je beeld komen zeilen. En dat natuurlijk het liefst vergezeld door eindeloze kogelregens, gefluit van versgedropte bommen en lange zwarte rookstrepen van neergehaalde krauts.
Maar ook van binnen, dus in de cockpit, is al heel wat te zien. De verschillende toestellen zijn namelijk superrealistisch nagebouwd, en elk klokje en elk knopje werkt echt. Komt nog eens bij dat alles uiteraard in 3D gemaakt is, wat dan weer een schitterend spel van lichteffecten geeft wanneer je sierlijk door het luchtruim glijdt. Of wat minder sierlijk, namelijk wanneer er wat gaten in je vleugels zijn geschoten; ook dán houdt de game vast aan het realisme, want dan krijg je te maken met bijvoorbeeld slecht zicht door je cockpitramen vanwege oliedruppels, roetvlekken en in het meest ongunstige geval ook een stuk of tachtig kogelgaten. En dat, net als een gapend gat in een vleugel (inclusief brandstoftank) of een aan flarden getrokken hoogteroer, mag er dan wel mooi uit zien in deze game, maar het maakt het vliegen wel een stúk lastiger kunnen we je vertellen.
Want zoals we al even gemeld hadden spelen we nu in de Realistic mode (die, anders dan in de console-versie, vanaf het begin al gespeeld kan worden), en daarin kan en zal er heel wat meer kapotgaan dan in Arcade. Elk kogelgat in vleugel of romp brengt het vliegtuig een beetje uit balans, dus na verloop van tijd (lees: na flink wat keren beschoten te zijn) kan het zomaar zijn dat je toestel continu één kant optrekt of, erger nog, helemaal niet meer in de lucht kan blijven. Interessant is ook dat de physics in de game sowieso al ongenadig realistisch zijn: bij te lage snelheden maar ook bij te plotselinge bewegingen raak je gemakkelijk in een overtreksituatie en val je simpelweg uit de lucht. Vooral dit laatste maakt de game met een toetsenbord onspeelbaar, en met een joystick op z'n minst uitdagend. Want om je kist onder controle houden is één, maar je kist onder controle houden terwijl je je in een hectisch luchtgevecht bevindt is twee. Voor een echte vlieggek met complete flightsim-controllerset (of in ieder geval een joystick met rudder-functie) voor z'n neus is dit natuurlijk geweldig, maar gelukkig is er ook aan de wat meer casual gamers gedacht. De Arcade mode is namelijk prima te doen met een standaard toetsenbord.
En luchtgevechten, die zijn er natuurlijk genoeg in Wings of Prey. Sowieso in de Campaign: deze begint vrij rustig (paar oorlogsschepen bombarderen hier, wat verkenningsvliegtuigen uit de lucht schieten daar... het gewone huis-, tuin- en keukenwerk zeg maar) maar na een paar missies al krijg je de grootse veldslagen (luchtslagen?) op je scherm gepresenteerd. En dat zijn er heel wat, want de game brengt ons naast de bekende plaatsen als Dover en Berlijn ook naar minder 'populaire' locaties als Korsun-Shevchenkivskyi. Het gave daarbij is dat er heel wat afwisseling in de missies zit, want waar je op het ene moment met een jachtvliegtuig een twintigtal zwaarbewapende bommenwerpers te lijf gaat, draaien de rollen zich op een later moment compleet om en neem je vanuit de geschutskoepel jager na jager te grazen met je boordkanon. Maar natuurlijk raak je in de game ook verzeild in genoeg dogfights, al dan niet bijgestaan door twee wingmen die via wat eenvoudige commando's een beetje gestuurd kunnen worden. Al met al weet de game aardig te variëren, en hoewel niet álle missies barsten van de spanning, wordt het tempo er toch goed ingehouden. En hoewel het verhaal niet bijster interessant is, is de ruime hoeveelheid aan achtergrondinformatie toch uitvoerig genoeg om nog wat aan de sfeer bij te dragen.
Natuurlijk heeft de game nog wel meer in petto naast een standaard campaign. Zo is er nog een flinke hoeveelheid losse missies beschikbaar in de Single Missions mode, en onder het mom van Training kunnen er eenvoudige missies worden samengesteld. In laatstgenoemde mode is alles instelbaar: onder andere het aantal en soort vijanden, de aanwezigheid van vriendelijk of vijandelijk grondafweergeschut, en de weerssituatie kunnen worden aangepast. Ook kan er met élk in de game aanwezig toestel gevlogen worden, wat er iets meer dan veertig blijken te zijn. Gecombineerd met het feit dat er ook nog eens tien maps zijn om uit te kiezen, is het aantal mogelijkheden in principe dan ook eindeloos, wat de replaywaarde aardig goed doet.
Wat op papier gezien óók wat replaywaarde zou moeten geven is de multiplayer mode. Maar als we het zo formuleren, dan kan je de bui al zien hangen: dat doet de mode namelijk niet. Het is jammer om dit te moeten mededelen, maar voornaamste punt is dat er gewoon bijna geen andere spelers online zijn, op welk tijdstip van de dag dan ook. Een korte blik in de Online Leaderboards laat ook zien dat zelfs de meest actieve spelers nog maar relatief weinig vlieguren hebben gemaakt. Aan de game zélf ligt het in ieder geval niet, want er zijn mogelijkheden genoeg - er zijn vier verschillende modes om uit te kiezen, en elke kan met maximaal 32 spelers worden gespeeld. Naast de 'standaard' Dogfights en Team Battles zijn ook Capture Airfields en Strike érg leuk om te doen. In Strike moeten er verschillende gronddoelen verdedigd dan wel aangevallen worden, waarmee het beetje op Search and Destroy in Call of Duty lijkt. Capture Airfields is nog het meest te vergelijken met Domination, waarbij het grootste verschil is dat er nu ergens geland moet worden om een gebied over te nemen. De crux is dan ook dat je op dat moment zéér kwetsbaar bent voor aanvallen van de tegenpartij, dus strak teamwork is een grote vereiste.
Wings of Prey is een toffe arcadevlieggame voor de wat casual gamers, en tegelijkertijd biedt het de doorgewinterde vliegers onder ons ook nog eens een flinke uitdaging. De game is onderhoudend, gevarieerd, en ziet er vergeleken met bijvoorbeeld FSX prachtig uit zonder idioot hoge systeemeisen te stellen. Enige jammere is dat er online maar weinig te beleven valt, en dat we het daardoor na het uitspelen van de singleplayer campaign vooral van de losse missies en een enkele trainingsmissies moeten hebben. Desondanks is de game een goede basis voor weer een hele reeks aan uitbreidingspakketten, net zoals voorganger IL-2 dat al was. Sterker nog, de eerste DLC is al gespot.
- Graphics:
- Gameplay:
- Replay:
- Sound:
81/100
Cleared for take-off.
Reacties op dit artikel
Het zal je werk maar zijn...
Reageer op dit nieuws-item
Om te kunnen reageren moet je inloggen bij GameParty.






