Mario Party 10 Review

Mario Party 10 Review

Mario moet toch wel de hardst werkende kerel in de games-industrie zijn. Snorremans vult zijn dagen met het redden van prinsessen uit de klauwen van schubbige monsters, het winnen van bekers op Karting-circuits en occasionele golf, tennis en andere toernooien. Al die bezigheden combineren met een dagtaak als loodgieter lijkt me geen sinecure en ik vraag me af hoe het mannetje klanten aan het lijntje moet houden? Wat zegge jij mevrouwtje, ene lekkende kraan aan de badkuip? Ikke komme kijken binnen ene maandje wanneer ikke klaar ben met volleyballen. Dat ieders favoriete Italiaan naast al zijn verplichtingen nog de tijd vindt om van af en toe nog een feestje te bouwen lijkt al te gek, maar kijk, daar is Mario Party 10 weer. Ik vrees dat de kraan nog een tijdje zal blijven lekken mevrouw…

Zestien jaar is het geleden dat de allereerste Mario Party het daglicht zag en sindsdien kregen we al twaalf games in de reeks voorgeschoteld. Mario Party 10 is dus de dertiende game in de franchise? Klopt volledig, enkel de games op console kregen een cijfer mee omdat we allemaal weten dat games op handheld niet echt zijn. Of eerder omdat anders de cijfers achter de titel echt wel erg snel beginnen op te lopen en beginnen aan een Mario Party 13 echt wel een beetje vervelend lijkt. Kan een ontwikkelaar een reeks die al zo lang mee gaat en in essentie vooral rond minigames draait werkelijk na zoveel delen nog boeiend maken? In alle eerlijkheid heeft Nintendo dat kunstje met Mario Party 9 op Wii al toegepast. Het tempo van de vorige game werd stevig de hoogte ingestuwd zodat je als speler niet langer een hele tijd naar een statisch spelbord zat te staren en nieuwigheden zoals baasgevechten werden geïntroduceerd om de game uit het verveelde stramien te trekken waarin de reeks beland was. Op de hernieuwde basis van het vorige deel is het uiteraard fijn bouwen, en het vooruitzicht van de unieke mogelijkheden van de WiiU levert een partygame op die ik behoorlijk hoopvol een kans wilde wagen.





Uiteraard blijft dit een Mario Party en dat betekent dat, hoewel je het solo tegen de dommige AI kan spelen, je toch echt wel met een groepje aan de slag moet om te spelen zoals het hoort. Concreet betekent dit dat je het best met drie tot vier spelers, elk gewapend met een Wiimote, aan de slag gaat. Ik had helaas slechts twee Wiimotes en één Luna die met me wou spelen tot mijn dienst voor deze review, dus dat werd een één tegen één partijtje. Uiteraard levert dat voor de game zelf geen enkel probleem op omdat de AI gewoon de andere personages overneemt, maar iets zegt me dat dit vooral geniale fun kan worden als je het “hoe meer zielen en drank, hoe meer vreugd” principe hanteert.

Dit gezegd zijnde waren de één tegen één potjes in de traditionele Mario Party-mode wel meteen leuk om te spelen. Je komt op het levendig geanimeerde spelbord in een gezamenlijk voertuig terecht en de bedoeling is het einde van het traject te behalen en op het eind de meeste mini-sterren verzameld te hebben. De speler wiens beurt het is rolt de dobbelsteen, komt even aan het stuur van het busje en krijgt tijdens zijn tochtje te maken met de voor en nadelen die het bord op je pad legt. Het is een simpel, maar leuk systeem dat je als speler toelaat om te anticiperen waar jij of de andere spelers gaan belanden op het bord. Betekent dit dat je de andere spelers kan saboteren en zorgen dat ze op een rotplek belanden als je wat handig speelt? Met een brede glimlach, JA. Daar draait het om in boardgames en dus ook Mario Party: proberen te winnen door vooral de andere spelers lekker hard te jennen. Schatergelach, verwensingen, speelse vuistgevechten; het zijn symptomen van een geslaagd potje.

Waar het bij Mario Party uiteraard ook nog steeds om draait zijn de minigames en die zijn uiteraard weer in volle getale aanwezig. Ze zijn best gevarieerd in opzet en het gros ervan is erg leuk om spelen en heerlijk competitief, maar ze zijn helaas dus wel gebonden aan de Wiimote. Ik geef toe dat het misschien wat naïef van me was om te denken dat de GamePad invloed zou hebben op het klassieke Mario Party. Er is één GamePad en er zijn tot vier spelers voor de minigames. Hoe los je als ontwikkelaar zoiets op?

Door er een aparte mode van te maken uiteraard! Volledig nieuw is de Bowser Party-mode. Zelfde idee als klassieke Mario Party maar met de insteek dat één speler de GamePad heeft en die speler is dus Bowser. De andere spelers moeten nog steeds het einde van het traject bereiken terwijl Bowser hen op de hielen zit. Het grappige aan deze mode is dat het één tegen de rest wordt. Dit kun je dus gewoon met vijf spelers doen, waarbij de normale spelers elkaar niet langer moeten jennen, maar echt samen werken om Bowser met de GamePad voor te blijven. Wanneer Bowser van tijd tot tijd de anderen klist krijg je een minigame waarin het één tegen de rest spelletje gewoon doorgetrokken wordt. De speler die als Bowser speelt heeft uiteraard tal van voordelen en dat zorgt dat de normale spelers ook hier gewoon stevig moeten samenwerken om te kunnen winnen. Leuk is ook dat in deze minigames de GamePad wel benut wordt, zo is er een spelletje waarbij je als een idioot in de microfoon moet blazen om als Bowser vuurballen te spuwen naar de rest. Yup, dat gebeurde inderdaad echt. Een andere leuke manier waarop de GamePad erg fijn benut wordt, is hoe je als Bowser lekker stiekem valstrikken op het speelveld kan leggen. De andere spelers kunnen Bowser gewoonweg niet voor blijven omdat je met de GamePad genoeg mogelijkheden tot je beschikking hebt om hun voortgang te saboteren. Bowser Party is een unieke mode die deeltje tien echt onderscheidt van de rest van de reeks. Ze heeft maar één groot nadeel: de beperkte inhoud. Met slechts drie speelvelden en tien minigames ten opzichte van het veelvoud van de normale Mario Party-mode kom je hier al erg snel herhaling tegen. Meerdere keren in één sessie hetzelfde spelletje spelen komt in Party mode zelden voor, maar bij Bowser kom je regelmatig dezelfde inhoud tegen. Zonde.





Maar er is meer! In een derde mode, de amiibo-mode, gebruik je de amiibo die je in bezit hebt door ze op het GamePad te plaatsen, waardoor ze als pionnen op het speelveld verschijnen. Dit zou naar verluid een rechttoe rechtaan bordspelletje zijn dat meer op de oudere Mario Party-games lijkt, maar dus met de crux dat je het Amiibo-figuurtje van je keuze kan gebruiken en tokens kan opslaan in het geheugen ervan om in latere potjes te gebruiken. Ik zeg ‘zou’ omdat ik deze mode helaas nog niet heb kunnen testen. Nintendo is zo vriendelijk geweest om een Bowser-figuurtje op te sturen, maar ik vrees op dit punt dat die ergens onderweg aan de hebberige vingers van een postmedewerker is blijven kleven. Dit brengt de stand op door de post gestolen spul ondertussen op drie games en één boosaardige Koopa.

Gestolen amiibo’s ter zijde houd ik wel een goed gevoel over aan Mario Party 10. Het is een luchtige, goed gemaakte party-game die qua spelplezier de vloer aanveegt met de meeste minigame-verzamelingen die de Wii U teisteren (ik kijk naar jou GameParty Champions!!). Tijdens het spelen van de game is me echter één ding duidelijk geworden en dat is dat ik niet zozeer een Mario Party 11 hoef te zien op WiiU in de toekomst, maar eerder uit zou kijken naar een volwaardige uitgebreide Bowser Party met een veelvoud van de inhoud die de toffe mode in deze titel laat zien. Desondanks, een leuk spelletje voor het hele gezin.

[review pros=”+ Mario Party blijft het leuke tempo van de voorganger behouden
+ Meeste minigames zijn leuk om te spelen
+ Bowser Party mode is erg leuk en bevat goeie GamePad-ondersteuning” cons=”- Helaas te beperkte hoeveelheid aan minigames en spelborden in Bowser Party
– Amiibo mode ‘lijkt’ weinig om het lijf te hebben
– De postdiensten, dikke duim omlaag” score=76]

Iedere gamesite heeft die ene toffe, lieve meid nodig die te porren valt voor de schattige platformgames. Hier bij GameParty moeten we het echter nog steeds met Eefje stellen. Een inktzwart gevoel voor humor, ietwat van een grote bek en een voorliefde voor de meest gewelddadige games die je kan bedenken. Dat is Eefje in een notendop.