Transformers: Devastation Review

Transformers: Devastation Review

Nostalgie wordt een krachtig beestje in je hoofd eens je de kaap van dertig lentes overschrijd. Je begint automatisch met warme gevoelens terug te denken aan die zorgeloze kinderjaren waarin je in je flanellen onesie op zondagvoormiddag voor de buis lag, starend naar de tekenfilms van de Teenage Mutant Ninja Turtles, de Thundercats en uiteraard ook Transformers. De herinneringen aan hoe je met een oranje Turtles-masker van de trapleuning gleed of hoe het van levensbelang was dat je op de kermismolen op de Optimus Prime-truck ging zitten, die blijf je altijd met je meedragen. Anno 2015 zijn de reeksen die onze jeugd kleurden nog steeds in beeld. Zowel de Thundercats en Turtles hebben nog tekenfilmreeksen lopen en Michael Bay blijft de Transformers verkrachten in de bioscoop, de warme gevoelens van weleer zijn ver zoek. Transformers: Devastation is gelukkig een heel ander gegeven, een game die nostalgie niet uitsluitend als invloed gebruikt maar zelfs als hoofddoel.

Al van bij het ouderwets statische menuscherm flitst de game je terug naar de lang vervlogen tijden van de Generation One, de gouden generatie van Autobots en Decepticons die we week na week zagen bakkeleien op de buis. De visuele look van het spel springt onmiskenbaar meteen in het oog en zorgt meteen voor enthousiasme bij fans. Dit is gewoon de tekenfilm. Er is duidelijk moeite gedaan om via de cell-shaded techniek de visuele look van een jaren 80 cartoon te benaderen. Je ziet dikke potloodlijnen in de tekeningen, metaalachtige afwerking op de robots en heerlijk felle kleuren. Ook de animatie van de robots maakt indruk, als het nu om gevechtsmoves gaat of het gekende transformen van robot tot auto, het levert indrukwekkende visuals op. De omgevingen maken helaas minder indruk dan de giganten die er hun oorlog in voeren. Zeker in het begin van de game is de stedelijke omgeving erg banaal en inwisselbaar te noemen, wat er voor zorgde dat mijn dochter de game zelfs een tikje lelijk durfde te noemen. Daar valt uiteraard wel iets voor te zeggen, maar je moet in acht nemen dat dit spel de tekenfilms probeert te evoceren en die cartoons waren indertijd dus bandwerk waarin de achtergrond van ondergeschikt belang was aan de actie. Datzelfde gaat dus ook op voor Devastation. Ja, die omgevingen zien er visueel wat saai uit, maar ze zijn gemaakt om snel doorheen te bewegen en keet te schoppen, niet om de toerist in uit te hangen. Later in de game wordt het trouwens echt wel beter met omgevingen die garant staat voor enkele toffe setpieces en verdomd trippy visuele effecten. Verder klinkt de game ook zoals het hoort met stemmenwerk van de altijd solide Peter Cullen als Optimus en Frank Welker als de enige echte Megatron. De fouten jaren 80 lightmetal die de soundtrack van de game vormt kan je tenslotte bezwaarlijk goed noemen, maar ook dat is een component die deel uitmaakt van die nostalgische jaren 80-vibe waar de game voor gaat.





Goed, de game is dus een duidelijke liefdesbrief aan de tekenfilms uit onze jeugd, een simpel verhaaltje waarbij Optimus en zijn toffe bende Autobots een stop moeten zetten aan de snode plannen van Megatron en zijn Decepti-creeps. Het is echter ook een game van de hand van Platinum Games, de studio die verantwoordelijk is voor actietoppers als Vanquish en Bayonetta, dus dan wil je vast ook weten hoe het speelt. Daar waar vorige games met de Transformers in de hoofdrol competente shooters waren, is deze Devastation een pure brawler geworden. Beeld je in wat een Transformers-game van de makers van Bayonetta zou kunnen zijn en dan zit je er wel op. Platinum snapt duidelijk waar de kracht van de robots in disguise ligt en maakt van het switchen tussen beukende robot en scheurend voertuig de crux van de gameplay. Als een ontketende Sideswipe in volle vaart op een Decepticon afrijden, razendsnel transformen en hem een lel op zijn metalen smoel verkopen waardoor die achteruit wankelt en vervolgens weer in een auto veranderen om de slechterik finaal je koplampen nog even te laten kussen in een zalige finishing move. Dat soort dingen is waar het bij Transformers om hoort te gaan en zelfs na tachtig keer blijft het een heerlijke move om te gebruiken. Uiteraard is het algemene vechtsysteem behoorlijk hard overgenomen uit Bayonetta, maar omdat Bayo nog steeds één van de beste actiegames ooit gemaakt is mag je dat gerust als een plus zien. Het blijft ook hier indrukwekkend om zien hoeveel coole vechtmoves je uit de controller kan halen met slechts twee knoppen om meppen mee uit te delen. Ook witch time is gewoon volledig overgenomen in dit Transformers Devastation, dus als je met gevoel voor timing een aanval weet te ontwijken vertraagt de tijd even en kan je serieus wat meppen uitdelen.

Elke Autobot, van de loggere Optimus en Grimlock, tot de razendsnelle Bumblebee tot Sideswipe en Wheeljack, hebben elk hun eigen vechtstijl en nuances, wat de variatie zeker ten goede komt. Je kan regelmatig van personage veranderen in de levels door de Ark te bezoeken, wat zeker aan te raden is wanneer je beseft dat een Sideswipe bijvoorbeeld erg handig is tegen vliegende Insecticons en Grimlock tegen de grote Ground Soldiers. Elke Autobot blinkt wel ergens in uit, dus afwisselen is de boodschap. Ook handig op de Ark is dat je wapens die je op het slagveld ontdekt heb kan zelf gebruiken voor je Autobot. Het vergt net iets meer zoekwerk dan zou horen, maar je kan twee mêlee en twee ranged wapens aan je bot toevoegen om hem nog stukken krachtiger te maken. Je moet het zelf wat gaan uitzoeken, maar toen ik dat halverwege de game deed kreeg Sideswipe hitte zoekende vriesraketten en een elektrisch zwaard, iets dat de Decepticons zich stevig hebben beklaagd. Geloof me vrij, dat moet ook wel. Je moet je Autobots sterker maken en zorgen dat je de moves onder de knie hebt, want zo halverwege het spel gaan de handschoentjes af. Zeker in de laatste missies krijg je bossfight na bossfight voorgeschoteld en vooral StarScream, Soundwave enMegatron zijn bikkelhard op de normale moeilijkheidsgraad. Ik heb de game uiteindelijk uit kunnen spelen met nauwelijks nog een levensbalk over, slechts één mep van mijn einde verwijderd nog een reddende special move uit mijn mouw kunnen schudden. Dat soort momenten is waar goeie videogames om draaien uiteraard.

Transformers: Devastation is een goeie game, laat dat duidelijk zijn, maar wel ééntje met een minpunt waar je niet omheen kan, de lengte. Het cliché luid dat lengte er niet toe doet als het maar goed zit met de kwaliteit, maar dat is bullshit gewoon. Je kan de game in vier uur uitspelen en hoe awesome die vier uur ook zijn, dat is te kort. Hierbij wil ik wel meteen de kanttekening maken dat je het kan, niet dat je het ook moet. Dit is en blijft uiteraard een Platinum-game, dus bij elk gevecht krijg je scores die ervoor zorgen dat je aan het eind van elk level een beoordeling krijgt. De game uitspelen is één ding, maar de boel volledig masteren is een ander. Bij mij staat er achter elk level een B, C of een D (Fuck you Starscream, lul), en de kans is groot dat ik later nog eens opnieuw ga proberen om toch maar voor de A-rating te gaan, maar veel mensen boeit die rating helemaal niet en voor die gamers is vier uur dus te kort. Dat het spel na het uitspelen dan nog eens eindigt met een cliffhanger-filmpje van heb ik je daar, maakt het nog iets erger. Ik had veel liever nog een uurtje of twee extra van die vette gameplay gehad in plaats van te wachten op een sequel. Het enige om je na het uitspelen nog bezig te houden is de challenge-mode die je in een aantal losse gevechten nog toelaat te genieten van de heerlijke actie, maar ook dat is uiteindelijk slechts slagroom op een te kleine, overheerlijke taart.

Dit is de beste Transformers-game in meer dan tien jaar tijd en exact wat je verwacht van de makers van Bayonetta. Het is een game met gracieus knokkende robots geworden die je audiovisueel terug katapulteert naar de tekenfilms van in de jaren tachtig. Los van de lengte van de game bekeken is Transformers: Devastation een heerlijke fusie tussen nostalgie en vechtspel geworden die constant weet te entertainen en verbazen, voor de volle vier a vijf uur dat het dus duurt.

[review pros=”+ Ziet er uit als de tekenfilms
+ Heerlijk vechtsysteem
+ De vijf Autobots hebben elk hun eigen stijl
+ Diverse wapens om je Bot mee uit te breiden
+ Uitdagend” cons=”- Omgevingen zeker in het begin zijn saai
– Net iets teveel eindbazen naar het einde toe?
– De game is te kort!!
– De game is veel te vet om zo kort te zijn!!
– Eindigen op een cliffhanger? Zucht.” score=79]

Iedere gamesite heeft die ene toffe, lieve meid nodig die te porren valt voor de schattige platformgames. Hier bij GameParty moeten we het echter nog steeds met Eefje stellen. Een inktzwart gevoel voor humor, ietwat van een grote bek en een voorliefde voor de meest gewelddadige games die je kan bedenken. Dat is Eefje in een notendop.