Call of Duty: WW2 Review

Eefje bestormt terug het Europese slagveld in Call of Duty WW2.

Soms zit er voor een reeks niks anders op dan enkele stappen terug te zetten op het pad van progressie. Hoe je het ook draait of keert, voor Call of Duty was het na jaren van steeds verder opschuiven richting futurisme en het toevoegen van features als wallruns en lasermijnen waar geen hond op zat te wachten, de enige logische optie. Wat doe je met een franchise die een dood spoor heeft bereikt? Je drukt simpelweg op de reset-knop en keert terug naar waar het ooit begon. Na jaren van hopen hebben fans van het eerste uur nu dus uiteindelijk waar ze al tien jaar op wachten: een terugkeer naar het strijdtoneel van de Tweede Wereldoorlog. Dat het een succes is voor Activision is nu al duidelijk. De game verkocht zomaar eventjes 60 procent meer dan Black Ops 3 op launchdag en de servers konden de massale toestroom van spelers niet slikken. Call of Duty: WW2 breekt dus records, maar of het de grootse terugkeer is waar fans al jaren op hopen, dat kom je uiteraard in de review te weten.

Traditiegetrouw is de traditionele multiplayer het eerste waar ik met beide voetjes vooruit inspring in de nieuwe Call of Duty. Het was ook hetgene waar ik het meest benieuwd naar was, net omdat ik een van die fans ben die door de jaren heen afgeknapt ben op de gameplay van Call of Duty. De overdreven snelheid, het double jumpen en wallrennen, het geklooi met shit als cloaking devices… Het zorgde dat ik het bij de vorige delen constant door het bos de bomen niet meer zag en er al snel de brui aan gaf. De multiplayer van Call of Duty WW2 is geen kluwen dat je moet ontwarren, maar eerder een terugkeer naar de essentie van het spelletje. De gameplay is ouderwets, maar dat is in dit geval eerder een zegen. Tegenstanders bewegen terug als mensen nu de combatboots op de grond blijven en dat levert heerlijk rechttoe rechtaan gameplay op waarin alles draait rond je line of sight en alles afmaken wat het lef heeft om er zich in te begeven. Dit doet voor mij toch heel wat voor de funfactor van de game omdat ik me kapot frustreerde aan spelers die aan kwamen kneesliden om dan over mijn hoofd te springen en me af te maken met een elektrisch mes. Call of Duty WW2 is heerlijk simpel, een stukje trager en terug wat tactischer. Zaken die ik vele jaren geleden al deed zoals een granaat gooien op een plek en dan wachten wie er op af komt om dan aan te vallen via de flank, dat soort dingen werkt eindelijk opnieuw. 

De back to basics aanpak van Call of Duty WW2 kan een mes zijn dat aan twee kanten snijd. Ik vermaak me er nog steeds erg hard mee, maar ik kan wel begrijpen dat sommige spelers vinden dat het spel grotendeels gameplay van ruim tien jaar geleden herkauwt. De modes waarin je los gaat zijn na al die jaren nog steeds dezelfde klassiekers zoals team deathmatch, domination, capture the flag en het is nog steeds schieten, dood gaan, respawnen en verder schieten. De modus operandi van Call of Duty was in de beginjaren al zo sterk gedefinieerd dat er na ruim een decennium nog steeds niet van afgeweken dient te worden. Het helpt uiteraard dat het oprecht leuk is om na al die jaren nog eens een goeie Axis vs. Allies multiplayer-shooter te spelen, waarin de wapens zoals de M.I Garand en de Lewis heerlijk wat punch in huis hebben. Het is gewoon leuk om XP te verzamelen en in level en rank te stijgen van gewoon voetsoldaatje tot korporaal en generaal tot je aan level 55 het Prestige level behaalt. Het blijft ook leuk om de nieuwe wapens vrij te spelen en te experimenteren welke je het beste liggen, gaandeweg extra’s unlockend zoals grotere magazijnen of een scope. Leuk is een belangrijk woord om de multiplayer van deze Call of Duty te omschrijven. Het is grotendeels een deja vu, maar het stopt eindelijk terug de nodige fun in een vastgeroeste franchise. 

Is er dan geen greintje nieuwigheid te bespeuren? Ik hoor het je al afvragen, en het antwoord is… weinig, maar toch een beetje. Headquarters, niet te verwarren met de gelijknamige mode, is een sociale hub waar de avatars van spelers zich ophouden. Je kan het wat vergelijken met de tower in Destiny, maar dan opgemaakt als legerkamp op de stranden van Normandië. Je kan er wat target practice houden of killstreaks uitproberen, wat filmpjes bekijken en dat soort dingen. Het is grappige decoratie, maar biedt nauwelijks meerwaarde ten opzichte van traditionele menu’s. Nee, dan komt War als de nieuwe mode van dienst veel beter uit de verf. Fans van Overwatch of Battlefield’s Rush-mode zullen zich zeker thuis voelen in War, dat kleinere teams gevarieerde objectieven geeft om te behalen. Het kan dat een team de opdracht krijgt om een brug te bouwen, terwijl een ander met sniper rifles dat net dient te beletten, waarin je Omaha Beach moet bestormen of een tank een Duits dorpje in begeleiden. War is  dus een mode die even de traditionele obsessie met de kill/death ratio in de wind slaat om gevarieerde team based opdrachten af te leveren en het is een genot om te spelen. 

Natuurlijk is samenwerking ook een belangrijk onderdeel van de Zombies-mode. Deze draait ook al weer mee sinds 2009 en is fundamenteel de afgelopen jaren weinig veranderd. Ook nu heb je weer een cast van B-celebs die de horde van ondoden moeten trotseren, nog steeds levert het doden van zombies geld op die nieuwe deuren openen en waarmee je betere guns kunt kopen, en nog steeds is het behoorlijk intense fun als je als team samenwerkt. Het grote verschil met het vorige deel uit Infinite Warfare dat erg kleurrijk en haast vrolijk van toon was is dat hier wederom de kaart van horror getrokken wordt. De zombies zijn rottende lijken, vaak doorspiest met stukken metaal. Het is erg donker en goor allemaal en zorgt voor een sfeertje dat terug enger voelt dan de luchtigheid uit vorige episodes. Op gameplayvlak blijft het boeltje dus echter bij het oude. Je ziet nu duidelijk je objective, zodat je weet waar je heen moet en je geen kostbare tijd en lichaamsdelen verliest aan verdwalen. Verder kun je nu ook een ultimate abbility kiezen die je een troefkaart bezorgt wanneer je overspoeld wordt door zombies. De mogelijkheid om destructieve bliksem te laten inslaan of met oneindige munitie op de meute in te vuren kan de balans terug in je voordeel brengen, en zorgt voor een leuke nieuwe dynamiek in de voor de rest erg traditionele Zombie-mode. 

Uiteraard is ook de singleplayer van Call of Duty WW2 traditioneel van aard, hoe kan het ook anders? We hebben dit strand al eerder bestormd, zijn door soortgelijke dorpjes getrokken, hebben deze vijand al wel vaker bekampt. Dat is niet bepaald onprettig. Na jaren van verhaallijnen vol sci-fi gadgets en warrige plots vol verraad is het verfrissend om gewoon terug in de laarzen van een voetsoldaat te zitten in een oorlog die zwart wit is, goed tegen slecht. Call of Duty WW2 doet ook hier wat het altijd al gedaan heeft, het is een lineaire schiettent met heftige setpieces en af en toe de subtiliteit van een rollercoaster. Dat is in dit geval helemaal oké, omdat ontwikkelaar Sledgehammer de eb en flow van een geslaagde Call of Duty-campaign onder de knie heeft. Het pad van de game voert je van heftige shoot-out naar geschifte setpiece, maar af en toe gaat de voet even van het gaspedaal en krijg je de nodige tijd om te bekomen. Dat Call of Duty WW2 ten allen tijde, ook in de rustige momenten, blijft boeien komt uiteraard ook door het verhaal van een groepje vrienden op het grote strijdtoneel van de Tweede Wereldoorlog. Er is gewoon iets aan die setting dat tot de verbeelding blijft spreken. Nou vertelt het verhaal van de game zeker niks nieuws, als je Saving Private Ryan en vooral Band of Brothers hebt gezien herken je sowieso de raakvlakken. Een squad van gewone Amerikaanse jongens die door hun helletocht van de Franse stranden voorbij de Ardense bossen een onbreekbare band vormen die enkel door kogels en mortieren verbroken kan worden. Een groepje jongens die tussen alle doodsangsten en heroïsche daden door het gewoon over hun liefjes thuis hebben. Tuurlijk, ze zijn wat cliché in hun karakterisatie en tijdens gevechten zijn ze zo nuttig als je zou verwachten van A.I kompanen, maar ze vormen wel menselijke ankerpunten in een verhaal dat over de waanzin van oorlog gaat. Nou is het trouwens niet dat ze volledig nutteloos zijn wanneer je op het slagveld staat, net als in de eerste Call of Duty dien je namelijk je health aan te vullen met ouderwetse medkits, iets dat de medic van dienst je levert. Het is wederom een voorbeeldje van hoe hoe de game terug grijpt naar het verleden, maar dan wel op een manier die steek houd in de context van een hedendaagse game. 

Call of Duty: WW2 grijpt letterlijk en figuurlijk terug naar het verleden en dat levert een erg solide pakket op. De multiplayer is erg traditioneel, maar voor het eerst in jaren terug echt leuk om te spelen en de Campaign omvat enkele van de meest memorabele Call of Duty-missies in jaren. Qua terugkeer naar oude glorie kan deze Call of Duty WW2 ondanks een gebrek aan vernieuwing dus wel tellen.

Good

  • De stranden van Normandië bestormen zag er nog nooit zo realistisch uit
  • Campaign is gewoon ijzersterk
  • Multiplayer is toegankelijk en leuk
  • War-mode is een echt fijne toevoeging

Bad

  • Een gebrek aan vernieuwing kan als minpunt gezien worden
  • A.I van teamleden is wisselvallig
  • Headquarters is niet meer dan geinig als sociale hub
8.2

Sterk

Iedere gamesite heeft die ene toffe, lieve meid nodig die te porren valt voor de schattige platformgames. Hier bij GameParty moeten we het echter nog steeds met Eefje stellen. Een inktzwart gevoel voor humor, ietwat van een grote bek en een voorliefde voor de meest gewelddadige games die je kan bedenken. Dat is Eefje in een notendop.
  • Bloemkool

    Ik wil dat DDay level spelen!