Bubsy: The Woolies Strike Back Review

Bubsy stelt Eefjes dierenliefde op de proef in The Woolies Strike Back.

Wie zat hier op te wachten? Het is een vraag die na exact drie minuten spelen met Bubsy: The Woolies Strike Back zich in mijn gedachten wrong. Dat mensen een comeback van Crash Bandicoot met open armen verwelkomen, dat snap ik. Dat er mensen al jaren bijna smeken om een nieuwe Spyro, daar sta ik helemaal achter. Maar, Bubsy? Zat er iemand te wachten op een terugkeer van Bubsy, een t-shirt dragende kat die in de hoogdagen van de Sega Megadrive geïntroduceerd werd als een soort Sonic van de Aldi? In de jaren 90 had bijna iedereen reeds een hekel aan die vlooienbaal, dus waarom zijn er anno 2017 überhaupt mensen die denken dat er nog een plaats is voor Bubsy?

Nou ging ik uiteraard niet met die ingesteldheid de game in, ik heb de kattekop echt wel een faire kans gegeven. Ik geloof oprecht dat er nog plaats is voor ouderwetse 2D platformers in deze moderne tijd, alleen moet je dan wel zorgen dat je een verdomd sterke gameplay-ervaring aflevert. Een game als Donkey Kong Country Returns bewijst dat het kan. Bijna alles dat Nintendo op de Wii U heeft uitgebracht bewijst het, zelfs Gianna Sisters: Twisted Dreams, was best goed te noemen. Bubsy daarentegen doet zijn stinkende best om alles fout te doen wat je kan doen met een game als dit en is de eerste 2D platformer in jaren die echt voelt als een reliek uit lang vervlogen tijden (de jaren 90 dus).

Het begint al bij Bubsy zelf, die coole kater waar alles om draait. Het beest draagt een t-shirt, maar vertikt het om een broek te dragen en loopt dus heel de game in zijn pluizige reet de viespeuk uit te hangen, dat kan ik nog plaatsen. Wat me echter enorm stoort is dat het mormel geen tien seconden zijn muil kan houden, het beest spuit er constant de ene gênante one-liner na de andere uit en het wordt erg snel erg repetitief. Na een tijdje voelde ik me echt verglijden in waanzin en kreeg ik waanbeelden waarin ik de kittige tyfuslijder bij zijn snorharen pakte en verstikte in zijn kattenbak. Na een tijdje zette ik de boel gewoon op mute, dan heb je uiteraard ook geen muziek en geluidseffecten, maar die waren al niet memorabel genoeg om op te wegen tegen dat constante gemekker van Bubsy. Spelen zonder geluid maakt Bubsy dragelijker.





Dat het hoofdpersonage je al snel tegen de haren instrijkt is ietwat van een probleem, maar niet noodzakelijk een dealbreaker als de gameplay wel leuk is. Wat dat betreft echter…pech! Het zuigt gewoon nog harder dan een tandenloze hoer. Het is gewoon een standaard 2D platformer weet je wel. Je springt over obstakels, ontwijkt de generische Woolies die gewoon wat op en neer bewegen, verzamelt stukjes garen en vraagt je af waarom je speciale move de mogelijkheid is om te zweven. Seriously, weet iemand waarom die kat kan zweven en waarom de boosaardige Woolie-Aliens al het garen willen stelen en waarom die t-shirt dragende weirdo dat wil beletten? Na het uitspelen van dit kreng weet ik dat nog steeds niet.

Gelukkig duurt dat uitspelen niet lang. Op een uurtje van repetitieve saaie gameplay door nog repetitiever saaie omgevingen kan je er al door zijn. Als het gewoon een kwestie van zo snel mogelijk richting de eindmeet van die game rennen is, dan kan dat behoorlijk snel. Je gaat het niet leuk vinden en achteraf voel je jezelf een beetje vies en misbruikt, maar je bent er met wat je best doen snel vanaf. Nou weet ik sinds de review van Rambo dat ik videogames niet mag vergelijken met anale seks, maar inderdaad…voor Bubsy maak ik een uitzondering. Bubsy voelt gewoon even plezierig aan om te spelen als glijmiddelloos in je reet geneukt worden, als dat je niet zint moet je maar een betere game maken. Als je echter het soort masochist bent die het kan hebben, en dat soort mafkezen zijn er uiteraard, dan kun je de gameplay rekken tot een uurtje of twee a drie als je de shitload aan collectibles in de levels verzamelt. er zijn zo een zeshonderd bolletjes garen overal in de levels verstopt en die kan je dus gaan verzamelen. Krijg je op het einde van het level te zien hoeveel je er gevonden hebt. Verder zijn er ook uitdagingen zoals het vinden van sleutels die een safe vol garen opent in het level of het voltooien van een level zonder dood te gaan, wat in een game waar de controls sowieso al wat losjes aanvoelen niet bepaald een cadeautje is. Al die moeite wordt trouwens niet eens beloond met een Platinum trophy , dus je hebt niet eens iets om mee te pochen dat je elke uithoek van dit gedrocht verkend hebt.

Wat echter nog het ergste is aan deze game, het finale spuitje in het beestje dat goodwill heet, dat is de kostprijs ervan. Het voelt aan en ziet eruit als zo een mobile game die je voor nog geen Euro op je mobiel kan spelen. Zou ik de game in dat geval aanraden? Fuck nee, een slechte game is een slechte game, wat de kostprijs ook is. Dat gezegd hebbende wou ik tijdens het spelen van deze puinhoop uiteraard even weten hoeveel ze hiervoor durven bedelen en ik wou zo hard dat ik toen geen Fristi aan het drinken was. Weet je hoeveel zeer het doet wanneer Fristi er langs je neus uitkomt? Nee, niet zoveel als anale seks zonder glijmiddel, maar toch. Je verslikt je toch even hard als je ziet dat ze hier dertig euro’s voor durven vragen. Het maakt van Bubsy niet alleen een slechte game, maar haast een misdaad tegen de menselijkheid.

Bubsy kon een degelijke oldschool platformer zijn, maar werd een veel te duur misbaksel met goedkope presentatie, oervervelende gameplay en een onuitstaanbaar hoofdpersonage. Nou kreeg ik indertijd best wat kritiek omdat ik zei dat ik me liever anaal zou laten neuken dan dat ik de Rambo-game zou uitspelen. nou…..ik speel nog liever Rambo uit dan dat ik alle meuk in dit onding verzamel.

Good

  • Je bent er redelijk snel doorheen.

Bad

  • Dodelijk saaie gameplay
  • Look en feel van een goedkope mobile game
  • Kost fucking dertig Euro!!
  • Bubsy houd geen tien seconden zijn irritante klep
  • Moordzuchtige gevoelens ten opzichte van katten na het spelen
1

Verschrikkelijk

Iedere gamesite heeft die ene toffe, lieve meid nodig die te porren valt voor de schattige platformgames. Hier bij GameParty moeten we het echter nog steeds met Eefje stellen. Een inktzwart gevoel voor humor, ietwat van een grote bek en een voorliefde voor de meest gewelddadige games die je kan bedenken. Dat is Eefje in een notendop.