Ik speel nog steeds……Uncharted 4: A Thief’s End!

Ik speel nog steeds……Uncharted 4: A Thief’s End!

De Ik speel nog steeds van deze week zou eigenlijk de Ik speel eindelijk uit moeten heten. Inderdaad, ik beken. Na langdurig mijn voeten slepen, uitstellen en het steeds verder voor me uit schuiven heb ik eindelijk Uncharted 4: A Thief’s End uitgespeeld. De game lag al sinds launchdag naast mijn PlayStation 4, laat dat effe bezinken. Nou had ik uiteraard wel aangemodderd in de multiplayer van de game, maar ik kon mezelf er niet toe brengen om de verhaallijn te gaan spelen, goed wetende dat het de laatste keer zou zijn dat ik met Nathan Drake aan de rol kon. Wat kan ik zeggen? Ik suck in afscheid nemen.

Maar bijna een jaar nadat de game in huis kwam is het er dus uiteindelijk van gekomen: samen met mijn oudste dochter op de bank tijdens een vrije schoolweek hebben we samen de laatste Uncharted-game van naald tot draadje uitgespeeld. Elk chapter hebben we twee keer gespeeld, een keertje op hard op één savefile en een keertje op normal op een ander om toch maar alle 109 van die treasures te kunnen verzamelen. Ik begon met spelen en zodra ik het loodje legde gaf ik de controller door aan Luna en vice versa in een soort Uncharted-estafette. Ik denk dat ik er zo mijn leukste gameweekje in jaren heb opzitten, deels omdat het gewoon erg fun was om samen een game te spelen, maar ook omdat die game zo onwijs fucking gaaf is.





Wat mij nog het meest verbaast aan Uncharted 4 is net hoe elegant het verhaal is uitgewerkt. Dit is een game waarvan de schrijfster en regisseur het project verlieten en waar het oorspronkelijke verhaal en maanden aan werk gewoon overboord werden gegooid. De vrees was er altijd dat de vervangers, hoewel verantwoordelijk voor het heerlijke The Last of Us, die uitgekiende mix van spitse humor, avontuurlijk spektakel en charmant sentiment die Uncharted altijd bood niet zou kunnen leveren. Een ongegronde vrees uiteraard nu blijkt dat dit op verhalend vlak zonder twijfel net het beste deel uit de reeks is. De reden daarvoor is dat de game gewoon haar tijd neemt. Ja, er is net als El Dorado, Shangri La en Iram of the Pillars weer een mythische plek vol schatten die gevonden moet worden, maar de game heeft geen haast om die zoektocht aan te vatten.

De eerste hoofdstukken fungeren als flashback en  illustreren de relatie die Sam en Nathan tijdens het opgroeien hadden en hoe ze van elkaar gescheiden werden om vervolgens op stijlvolle wijze ons terug in de leefwereld van onze aller geliefde Nathan Drake te brengen, gedomesticeerd schattenjager. De Nate die we in Uncharted 4 aantreffen heeft een stabiele baan en een gelukkig getrouwd leventje samen met Elena. In een heerlijk speelbaar hoofdstuk zien we hoe Nathan tegenwoordig zijn dagen slijt in een ietwat vastgelopen routine, fantaserend over vroegere avonturen en PlayStation spelend. En dan duikt Sam onverwachts terug op, klaar om Nathan uit zijn veilige leventje te rukken op zoek naar een nieuwe schat. Het is grotendeels van moeten uiteraard, want Sam heeft een gevaarlijke gangster een deel van de buit beloofd, wat het dus een kwestie van leven of dood maakt. Tijd voor Nathan om een laatste keer zijn avonturiersplunje aan te trekken op zoek naar de piratenschat van Henry Avery.

Van daar uit ontplooit min of meer de gekende Uncharted-formule. Een globetrottende race die je van een Italiaanse illegale veiling tot een verwoeste kathedraal in Schotland en de eilanden van Madagaskar brengt, op zoek naar hints die je dichter bij de schat brengt. Een race waarin je het opneemt tegen Rafe Adler, een egocentrisch rijkeluiszoontje die niks in zijn weg duldt om als eerste de schat van Avery te ontdekken en daar een leger Zuid-Afrikaanse huurlingen voor inschakelt. De gameplay volgt dus het geijkte pad dat we kennen van de Uncharted-games, maar dan met enkele nette tweaks. Een grapling hook is bijvoorbeeld een erg welgekomen toevoeging voor bij het klimmen en zorgt voor enkele erg spectaculaire sprongen. Ook de combat, wat mij betreft altijd het zwakste aspect van de reeks, onderging wat aanpassingen in de zin dat je meer met open omgevingen geconfronteerd wordt waarin het beter is te sluipen en stilletjes je ding te doen dan guns blazing aan te vallen want dan ga je, zeker op hard, veel game over-schermen krijgen. Als je dit gaat vergelijken met de erg rechtlijnige gevechten van de vorige game die echt als een covershooter speelde is dit best een verademing.





Toch is de game ondanks de goeie gameplay en de knetterende set-pieces (zoals een geschifte achtervolgings-scéne met trucks) nog steeds het beste in de stille momenten. De dialogen tussen Sam en Nate die vol plaagsteekjes zitten die enkel broers durven uitdelen, of in de momenten tussen Nate en Elena waar je twee personages hebt die echt hun best doen elkaar tegemoet te komen om hun huwelijk te kunnen redden.  Het is een game die ook durft toe te geven dat haar geliefde hoofdpersonage ietwat van een klootzak kan zijn. In de vorige games was Drake haast obsessief in zijn zoektocht naar de schat, iets dat nu ook echt wel erkend wordt in de game en dat zorgt voor extra laagjes in het personage.

Los van alle typische elementen die Uncharted zo succesvol maken is A Thief’s End dus vooral ook een erg volwassen game die een van de meest populaire gamepersonages van de afgelopen jaren een waardig en definitief afscheid gunt. Het heeft me heel wat tijd gekost om dat afscheid eindelijk te nemen, maar ik ben er geen moment door teleurgesteld.

Iedere gamesite heeft die ene toffe, lieve meid nodig die te porren valt voor de schattige platformgames. Hier bij GameParty moeten we het echter nog steeds met Eefje stellen. Een inktzwart gevoel voor humor, ietwat van een grote bek en een voorliefde voor de meest gewelddadige games die je kan bedenken. Dat is Eefje in een notendop.