Vakantiestress

Vakantiestress

Het is bloedheet. Ik schat zo’n 35 graden Celsius. Ik heb geen idee hoe laat het is, dus ik vraag het aan een willekeurig persoon voor me. ‘Het is negen uur.’ Dat betekent dat ik al ruim drie uur wakker ben en slechts een aantal uur heb geslapen. Er stoot iemand achter mij tegen me aan. Doordat dit al de zoveelste keer is én door de hitte raak ik ontzettend geïrriteerd, maar ik zeg niets. Ik sta in een gigantische rij bij een klein vliegveld in Griekenland om terug te gaan naar Nederland, alwaar het bijna 20 graden kouder is en op het moment vind ik dat totaal niet erg. Ik wil weg uit deze rij. Ik wil weg uit deze hitte. Ik wil weg bij al deze mensen en me in mijn kamer opsluiten en even met niemand iets te maken hebben.

Het mag niet zo zijn. Uiteindelijk heb ik een uur in de rij gestaan, mede doordat iemand voor mij niet snapte dat je maar 20 kilogram in een koffer mocht stoppen en hij daardoor de hele rij op heeft gehouden. Nog een irritatiepunt. Bij de balie aangekomen, zit het eindelijk even mee. “Ik wil graag bij m’n vriendin zitten.” Onverwachts, aangezien wij één van de laatste waren die in de rij stonden, kan dit. Ik wil bijna een glimlach op mijn gezicht toveren, maar te klam door de hitte en mijn eigen lichaamssappen, doe ik dit niet. Ik wil geen moeite doen, waardoor ik mogelijk nóg meer ga zweten. Op naar de volgende rij! De rij om mijn koffer te dumpen. Dit gaat gelukkig sneller, het duurt ongeveer tien minuutjes. Ik draai me om, om langs de beveiliging en de paspoortcontrole te gaan, maar daar zie ik een rij die alle rijen waar ik daarvoor in heb gestaan klein doen lijken.

no images were found

Moedeloos ga ik daar in de rij staan. Gelukkig staan er veel beveiligers en schiet het aardig op. Vlak voordat ik aan de beurt kom kruipt er een Nederlands gezin voor me in de rij. Ik voel de aders op mijn hoofd pulseren en ik heb het gehad. Ik wil net de mensen gaan naroepen, totdat ik zie dat ze een doodzieke dochter bij zich hebben. Ik snap meteen waarom ze zijn voorgedrongen en ik houd mijn mond. Ik moet me beheersen, het is nog maar even en ik mag zo al in het vliegtuig zitten. Bij de beveiliging staat er een man van eind twintig en hij blaft commando’s naar iedereen, zelfs naar het zieke meisje. Ik mag hem meteen al niet. Bij mij blaft hij ook per direct en dat terwijl ik alles al braaf in mijn handen heb om op de bakken te leggen. Heel even knapt er iets in mij, want wat denkt deze pipo wel niet? Ik kijk hem aan en smijt alles in de bakken. Alsnog blijft de man naar mij blaffen en uiteindelijk blaf ik naar hem terug dat hij zijn mond moet houden. Dit hoort hij waarschijnlijk niet elke dag, aangezien hij opeens niet meer naar mij blaft. Hij kijkt mij alleen aan en weet zich geen houding te geven. Ik gun hem geen blik meer waardig en ga braaf door de elektronische poortjes die natuurlijk niet bij mij hebben gepiept, aangezien ik alles netjes in de bakken heb gestopt. Helaas heeft de blaffende man er niets van geleerd, want ik hoor hem alweer arme toeristen commanderen die zich geen houding weten aan te nemen bij zo’n intimiderende man.

Natuurlijk komt het vliegtuig een half uur te laat, want niets mag meezitten op deze bloedhete ochtend. Aangekomen in het vliegtuig, kan ik eindelijk zitten. Ik zit in het midden, maar ik kan hier mee leven. Mijn vriendin zit bij het raam en rechts van me zit een wildvreemde vrouw. Ik vind dit niet erg, het vliegtuig is nu eenmaal vol en al wilde ik meer ruimte, had ik maar meer moeten betalen. Wat ik echter niet van tevoren had kunnen weten, was dat deze wildvreemde vrouw vreselijk asociaal is. Het is niet zo dat ze de hele tijd schreeuwt naar haar bekenden die even verderop zitten in het vliegtuig. Het is ook niet zo dat ze luidruchtig eet, of de hele tijd tegen me praat terwijl ik rustig een boek probeer te lezen. Nee, het is nog veel erger. Terwijl ik rustig mijn boek probeer te lezen, een goed boek, die ik mijn onverdeelde aandacht wil geven, stoot de vrouw tegen mij op. Ik kijk haar even aan, maar ik krijg geen reactie van haar. Ik probeer weer verder te lezen. Nog geen tien seconden later stoot de vrouw weer tegen me op. Ik kies ervoor om het te negeren en ik blijf rustig zitten. Ik schuif even wat meer richting mijn vriendin op, zodat de vrouw een groot deel van de armleuning aan mijn kant heeft en ook nog een deel van mijn stoel. Normaal laat ik niet zo over me heen lopen, maar alles zit toch al tegen en ik verdrink al in zelfmedelijden. Leunend naar links, zodat de vrouw alle ruimte heeft. Weet ze alsnog de hele tijd lichamelijk contact met mij te maken. Ik klem mijn kaken op elkaar en ik voel dat de woede naar buiten moet. Mijn slapen kloppen en ik krijg het nog warmer als dat ik het al heb. ‘Nog één keer…’ Zeg ik tegen mezelf. Ik herpositioneer mij op mijn stoel en ga even wat breder zitten, zodat de vrouw noodgedwongen naar het gangpad moet leunen. Hierna ga ik weer naar links, want eigenlijk zat ik wel lekker. Nu moet ik geen last meer hebben van die ontzettend vervelende vrouw. Vijf minuten lang kan ik mij in mijn boek verdiepen en eindelijk kom ik weer tot rust. Helaas is de vreugde van korte duur en stoot de vrouw voor de laatste keer tegen mij aan. In mijn gedachte wil ik haar gezicht pakken en het van me afduwen, zonder haar ook maar een blik waardig te gunnen, maar dat doe ik natuurlijk niet. Ik draai mijn hele lichaam naar haar om en kijk de vrouw woedend aan. Volgens mij heb ik naar haar gekeken alsof ik haar kon vermoorden, want de vrouw keek mij aan alsof ze de duivel zag en heeft de hele resterende vlucht over haar stoel gehangen in de richting van het gangpad. Ik heb geen woord met haar hoeven wisselen, mijn boodschap is duidelijk.

Eenmaal in Amsterdam hoef ik nog maar een half uurtje in de auto te zitten en dan ben ik eindelijk thuis. Ik eet wat en heb minimaal contact met de mensen om mij heen. Heerlijk. In de avond maak ik een aantal biertjes open en drink wat. Mijn vriendin zegt me dat ze uitgaat met vriendinnen. Ik wens haar veel plezier en zij mij ook, want zij wist al de hele dag waar ik aan toe was. Zij wist al dat ik te veel mensen om mij heen heb gehad deze vakantie, iets wat ik met mijn werk ook constant heb en ook weet zij dat ik eventjes tijd voor mezelf nodig heb. Zij weet dat ik naar boven moet met wat versnaperingen en drankjes en zij weet wat ik vervolgens moet doen om weer mens te worden: keihard gamen.

Stond aan de babywieg van GameParty en is verantwoordelijk voor de gehele website. Noem het de grote eindbaas.